Bottom-up innoveren met de verpleegkundige flebitis indicator

Toen zo’n twee jaar geleden de eerste verpleegkundige councils van start gingen, zocht de afdelingscouncil van B3 naar een laagdrempelig verbeterproject om mee te beginnen. Verpleegkundige Finn Claessens en zijn collega’s kwamen uit bij het verminderen van flebitis. Een impactvol en waarschijnlijk niet al te groot onderwerp, dachten ze. Maar dit ‘kleine’ verbeteridee is inmiddels uitgegroeid tot een langdurig traject waarin data, zeggenschap en betere patiëntenzorg samenkomen.

De afdelingscouncil wilde aan de slag met een onderwerp dat dicht bij de dagelijkse praktijk lag. Flebitis – een ontsteking van een bloedvat bij een infuus – kwam regelmatig voor op de afdeling, maar hoe vaak het daadwerkelijk gebeurde, was onduidelijk. “We hebben het toen allereerst in het team besproken en gevraagd of men dit herkende als probleem,” vertelt Finn. “De reacties daarop waren wisselend. Sommigen zeiden ja, anderen dachten dat het wel meeviel.”

Om van gevoel naar feiten te gaan, werd een plan van aanpak opgesteld. In augustus en september 2024 volgde een nulmeting in samenwerking met de regieverpleegkundigen. Drie keer per week liepen zij een ronde over de afdeling en keken per patiënt of er een venflon (intraveneuze canule) aanwezig was en of er sprake was van flebitis.

De uitkomsten van deze nulmeting werden naast internationale literatuur gelegd. Prevalentieonderzoek, waarbij wordt gekeken hoeveel mensen op een specifiek moment een bepaalde aandoening of eigenschap hebben, laat zien dat flebitis ongeveer één keer per duizend ligdagen voorkomt. “Uit onze meting bleek dat we daar duidelijk boven zaten,” zegt Finn. “Dat was het moment waarop het hele team voelde dat we ermee aan de slag moesten.” 

Behoefte aan structureel inzicht 
De volgende stap was begrijpen waar de flebitis vandaan kwam. De council zette een vragenlijst uit binnen het team en zochten naar (internationale) literatuur over het ontstaan van flebitis. Daaruit kwamen meerdere aandachtspunten naar voren, zoals de verzorgingsfrequentie van de venflon, toediening van medicatie en het aseptisch werken.

Tegelijkertijd werd duidelijk dat de manier van meten niet vol te houden was. “De rondes waren enorm arbeidsintensief,” vertelt Finn. “We hadden behoefte aan structureel inzicht, zonder dat het zoveel tijd kostte.”

Dit leidde tot het idee om flebitis als verpleegkundig sensitieve indicator te benaderen en de data inzichtelijk te maken via een dashboard. Finn kwam zo in contact met Business Intelligence-specialist Darryl van Westering (afdeling ZorgInformatieManagement, ICM). Samen met kwaliteit- en veiligheidsadviseurs, de vakgroep verpleegkunde en andere betrokkenen werd gekeken naar welke extra informatie nodig was om te kunnen sturen, en wat er al uit Epic gehaald kon worden.

Eind oktober 2025 was de eerste versie van het flebitis-rapport in Epic beschikbaar. In november volgde toen ook het ‘officiële’ afdelingsdashboard: een toegankelijke visualisatie van de data met meerdere indicatoren die het aantal, ontstaan en verloop van flebitis laten zien. Darryl reflecteert hierop: “Je hoeft niet de hele trap te zien om de eerste stap te zetten. Samenwerking en verbinding kunnen leiden tot waardevolle eerste inzichten en vormen zo een aanzet voor structurele verbetering en toekomstgericht inzicht.” 

Het dashboard is inmiddels organisatiebreed beschikbaar en wordt besproken in zowel de ziekenhuiscouncil als de centrumcouncil. Een belangrijke volgende stap is het versterken van eigenaarschap op andere verpleegafdelingen, zodat de verbetering breder kan worden doorgezet. Goede registratie is daarbij cruciaal. Het dashboard is immers zo betrouwbaar als de data die erin wordt vastgelegd. Tegelijkertijd biedt het ook mooie kansen om te leren van andere afdelingen en bottom-up veranderingen door te voeren. Finn: “Als je ziet dat het ergens beter gaat, kun je het gesprek aangaan: wat doen jullie anders? Wat kunnen wij daarvan meenemen?”

Aandacht werkt 
“Toen we het eerste dashboard met het team bekeken, was de conclusie duidelijk,” zegt Finn. “We zien te veel flebitis. Dus: wat gaan we daaraan doen?” De focus kwam te liggen op aseptisch werken en bewuster omgaan met infuuszorg, waar de afgelopen maanden aan is gewerkt. De eerste effecten zijn inmiddels zichtbaar. “Op dit moment wordt 6,6% van onze venflons geregistreerd als flebitis. In november vorig jaar was dat nog bijna 9%,” vertelt Finn. “Dat laat zien dat aandacht en inzicht leiden tot andere werkwijzen en uiteindelijk tot betere patiëntuitkomsten.”

Niet het dashboard, maar de patiënt centraal 
Het dashboard is nadrukkelijk geen eindpunt. Finn en zijn collega’s denken actief mee over welke data zichtbaar is en welke weergaven helpen in de praktijk. Het is een levend instrument dat continu kan worden verbeterd. Voor Finn is de kern helder: “Het dashboard is niet het doel. De allerbeste patiëntenzorg is het doel. Het dashboard is een middel om daarop te sturen.”  

Volgens hem laat dit project zien waar verpleegkundige zeggenschap over gaat. “Dashboards waren lange tijd vooral gericht op processen, niet op patiëntuitkomsten. Als verpleegkundige ben je de enige die weet wat je vanuit de verpleegkundige indicatoren nodig hebt om daadwerkelijk patiëntenzorg te verbeteren. Dit project laat zien hoe je dat inzicht ook echt kunt benutten. Dat is professionele zeggenschap in een notendop!” 

Sluit de enquête
Geef uw mening over de website, of vertel ons hoe wij onze website kunnen verbeteren.
De volgende links voor privacy en servicevoorwaarden behoren tot de reCAPTCHA-plugin van Google.