Minder vaak, net zo veilig: verbeterde zorg voor nefrostomiekatheter
Van “altijd zo gedaan” naar wetenschappelijk onderbouwd
Binnen de afdelingscouncil werd al snel de vraag gesteld: waarom verzorgen we de insteekopening eigenlijk drie keer per week? "Toen we rondvroegen, bleek het antwoord weinig onderbouwd: 'Omdat we het altijd zo gedaan hebben'”, vertelt Shayenna.
De verpleegkundige afdelingscouncil verzamelde vervolgens literatuur naar dit onderwerp, waaruit bleek dat het één keer per week verzorgen van de insteekopening, mits de insteekplek droog is, net zo veilig zou zijn als drie keer per week. Alleen bij lekkage of verzadiging van het verband moet het vaker worden verschoond.
Samenwerking essentieel
De samenwerking tussen verschillende disciplines is onmisbaar bij verbeterprojecten. Samen met de urologen werd kritisch naar het protocol gekeken en werden verbeterpunten besproken. “Je merkt dat je elkaar steeds makkelijker weet te vinden en sneller kunt overleggen of terugkoppelen,” vertelt Shayenna. “Die open houding werkt twee kanten op: artsen voelen zich ook vrij om verbeterpunten of ideeën aan ons terug te geven. Zo versterken we elkaar en kunnen we signalen via de council structureel oppakken en de zorg verder verbeteren.”
Al vroeg werden de transferverpleegkundigen en thuiszorgorganisaties betrokken, zodat iedereen dezelfde werkwijze kan hanteren, zowel binnen als buiten het ziekenhuis. Ook de Academie voor zelfzorg en oncologieverpleegkundigen passen hun instructies en leefregels aan, zodat patiënten na ontslag goed voorbereid zijn. “Door de council heb je niet alleen de tijd om samen te vergaderen en te onderzoeken, maar ook een netwerk dat je helpt verder te kijken dan je eigen afdeling,” vertelt Shayenna.
Het nieuwe protocol rondom het verzorgen van de insteekopening van de nefrostomiekatheter wordt ziekenhuisbreed aangepast. Zodra het protocol is goedgekeurd, gaat de nieuwe werkwijze van start.
Patiëntvriendelijker en passend
Het aanpassen van de verzorgingsfrequentie heeft duidelijke voordelen. Voor patiënten betekent het minder belastende momenten per week, meer comfort en vaak ook meer zelfstandigheid. Voor verpleegkundigen wordt de zorg efficiënter en praktischer, en de nazorg (zoals de thuiszorg) eenvoudiger te organiseren. Ook is er door deze aanpassing minder materiaal nodig, wat zorgt voor kostenbesparing.
Misschien nog belangrijker: het project laat zien dat minder zorg verlenen soms juist beter is. Door kritisch te kijken naar wat echt nodig is, wordt de zorg niet alleen doelmatiger en zinniger, maar ook veiliger en prettiger voor de patiënt. “Door de council ben ik me veel bewuster geworden dat je verbeteringen niet alleen hoeft op te pakken,” vertelt Shayenna. “Samen kijk je echt kritisch naar wat nodig is, wat misschien anders of minder kan. Én je leert nieuwe mensen kennen. Dat geeft niet alleen voldoening, maar ook echt plezier.”
Patiënten spelen daarin een belangrijke rol. Hun vragen (“waarom doen jullie het zo?”) kunnen het startpunt zijn van grote verbeteringen, die daarna samen met hen getoetst en verder ontwikkeld worden. “Als je dan niet hoeft te zeggen ‘omdat we dat altijd zo doen’, maar kunt uitleggen waarom je een bepaalde keuze maakt, voelt dat voor iedereen beter. Uiteindelijk werk je zo samen aan de beste, meest passende zorg.”